Ketenverantwoordelijkheid

Bedrijven kunnen aanspreekbaar zijn op (vermeende) misstanden rondom ethische kwesties bij productie, transport of gebruik in de keten. Doordat veel handel- en goederenstromen door de Rotterdamse haven lopen, kan het gebeuren dat bedrijven in de haven aangesproken worden op hun ketenverantwoordelijkheid. Als Havenbedrijf Rotterdam zijn wij hier niet direct bij betrokken. Onze betrokkenheid komt voort uit onze relaties met leveranciers, klanten en verladers.

Wij onderscheiden klanten die zich hier vestigen (vestigingsklanten) en klanten die gebruikmaken van de haven (overslagklanten). Vestigingsklanten zijn bijvoorbeeld raffinaderijen, chemiebedrijven, expediteurs en terminals voor over-en opslag. Overslagklanten zijn onder andere container- en bulkrederijen. Met verladers en logistieke dienstverleners hebben wij in principe geen contractuele relatie, tenzij wij digitale applicaties verkopen aan deze partijen. Wij vinden het belangrijk om met alle partijen een goede en hechte relatie te onderhouden. Verladers vormen daarom voor het overgrote deel een derde categorie: de indirecte klanten.

Bij onze aanbestedingen hebben we een relatief grote invloed op onze leveranciers. Onze verantwoordelijkheid in deze relatie verankeren we op verschillende manieren in ons beleid en onze managementsystemen. Op basis hiervan kunnen we de belangrijkste risico’s in onze directe keten identificeren. Daar waar sprake is van (potentiële) misstanden (mens en milieu) implementeren we passende maatregelen en monitoren we het proces. Wij hanteren bij onze aanbestedingen het Uniform Europees Aanbestedingsdocument. We hebben de mogelijkheid om partijen uit te sluiten die zich onvoldoende aan deze regels houden. Verder vragen wij bij selectie van onze aannemers naar VCA (Veiligheids Checklist Aannemers) en ISO 14001 (milieuzorg). Voorbeelden van belangrijke leveranciers voor het Havenbedrijf Rotterdam zijn: aannemers, baggerbedrijven, scheepsbouwbedrijven en ingenieurs- en adviesbureaus. Tenslotte voeren wij zogenaamde Safety Walks uit op uitvoeringswerken, gericht op het verhogen van de veiligheid.

Onze verantwoordelijkheid rondom producten die, via onze klanten en verladers, onze haven passeren is anders. Wij worden soms aangesproken op producten die maatschappelijke aandacht trekken, zoals steenkolen of palmolie. Ons standpunt daarover is helder. Het toelatingsbeleid ten aanzien van internationale zeevaart en lading is in handen van de Nederlandse staat op basis van het soevereiniteitsprincipe, in combinatie met internationale handelsverdragen en akkoorden. Hiervan afwijken, past niet bij onze rol. Wij ervaren dat het beter is om brede, internationale coalities te smeden in bijvoorbeeld EU- of VN-verband. Wij zijn bijvoorbeeld aangesloten bij de coalitie Bettercoal, die zich inzet voor een verantwoorde manier van kolendelving. In 2018 voerden we, gezamenlijk met de Branche Organisatie Zeehavens (BOZ), onderzoek uit naar de belangrijkste maatschappelijke risico’s voor huidige en toekomstige handelsstromen. Centraal stond de behoefte aan een handreiking met mogelijke instrumenten (naast de stakeholderdialoog) om onze verantwoordelijkheid te vergroten. Deze verdieping is recentelijk afgerond en de uitkomsten pakken we samen met de andere zeehavens op in 2019.

Tenslotte, in kwesties die gerelateerd zijn aan criminele activiteiten, bijvoorbeeld drugscriminaliteit, illegale immigratie, mensenhandel en milieucriminaliteit, ondersteunen we de overheid waar mogelijk. Doel hierbij is de criminaliteit te bestrijden en de betrokken overheden te helpen hun rol daarin zo goed mogelijk te kunnen laten invullen. Een goed voorbeeld is het convenant ‘Cameratoezicht Haven Rotterdam’, waar we samenwerken met de overheid om een gezamenlijke aanpak van cameratoezicht te realiseren.

Als er ondanks de genomen maatregelen, negatieve impact op stakeholders in de keten plaatsvindt, informeren we ze daarover direct en zo transparant mogelijk. We hanteren hierbij een proactieve en constructieve aanpak om mee te werken en bij te dragen aan herstelprocedures als gevolg van onze eigen bedrijfsactiviteiten of die van ketenpartners. Deze aanpak komt het sterkst naar voren bij nadelige gevolgen die in onze nabije omgeving plaatsvinden, zoals het incident met de Bow Jubail duidelijk liet zien.

Lees hier meer over het incident met de Bow Jubail in het interview met één van onze stakeholders: Erik van Beek, raffinaderij manager bij ExxonMobil.