Energietransitie

Urgentie is groot

In het Rotterdamse haven- en industriecomplex creëren we een grote economische en maatschappelijk toegevoegde waarde. Tegelijkertijd zijn we (Rotterdam en Moerdijk) verantwoordelijk voor een groot deel van de CO2-uitstoot in Nederland. Onze inspanningen om de uitstoot te verminderen, hebben nog onvoldoende impact. De opgave is groot en helder: we willen de haven van Rotterdam in lijn brengen met de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs (95% CO2-reductie ten opzichte van de uitstoot in 1990).

Onze aanpak is gericht op én-én: we helpen de bestaande industrie hun CO2-uitstoot drastisch terug te dringen en trekken tegelijkertijd nieuwe duurzame industrie aan. Door de aanwezige op fossiel gebaseerde industrie is er nergens anders zoveel potentie om de energietransitie te realiseren. In ons haven- en industriecomplex beschikken we over volume, infrastructuur, ambitie en kennis. We werken hard aan plannen om op realistische wijze de CO2-uitstoot in het haven- en industriecomplex te verminderen. We werken onder andere aan warmtenetten en doen studies naar CO2-afvang en -opslag en andere mogelijkheden binnen de energietransitie, zoals opwekking van hernieuwbare energie en diverse circulaire initiatieven.

Meer inzicht in complexe opgave

Om meer inzicht te krijgen in de complexe opgaven van de energietransitie, ontwikkelde het Duitse Wuppertal Instituut in opdracht van het Havenbedrijf Rotterdam scenario’s voor decarbonisatie van het Rotterdamse haven- en industriecomplex. Deze scenario’s stonden centraal tijdens de eerste ‘Energy in Transition’ summit in 2017. In het voorjaar van 2018 volgde de volgende ‘Energy in Transition’ summit, met decarbonisatie van transport en logistiek als centraal thema. De uitkomsten van de twee onderzoeken tonen aan dat de transitie naar een vrijwel CO2-neutrale industrie en logistiek mogelijk is. We benadrukken dat de energietransitie een proces is van veel (kleine) stappen, door veel partijen over een lange periode. Het organiseren van de energietransitie vraagt bijvoorbeeld om nieuwe vormen van samenwerking, aansturing en financiering.

Lees hier over het onderzoek van het Wuppertal Instituut naar decarbonisatie van het industrieel cluster en hier over het onderzoek van het Wuppertal Instituut naar decarbonisatie van transport en logistiek.

Regiotafel Rotterdam-Moerdijk: in drie stappen duurzaam

Op uitnodiging van het kabinet-Rutte III verkenden in 2018 meer dan honderd organisaties wat er nodig is om gezamenlijk de uitstoot van broeikasgassen in 2030 (ten opzichte van 1990) met tenminste 49% te verminderen. Onder leiding van Allard Castelein, CEO van het Havenbedrijf Rotterdam, presenteerde de werkgroep Industriecluster Rotterdam-Moerdijk het rapport ‘In drie stappen naar een duurzaam industriecluster Rotterdam-Moerdijk’. Die studie beschrijft hoe de industrie in de regio in drie stappen aan de klimaatdoelstellingen kan bijdragen:

  1. Efficiëntie, benutting van restwarmte door deze te leveren aan de gebouwde omgeving en de kassen, en de afvang en opslag van CO2 in lege gasvelden onder de Noordzee, beter bekend als Carbon Capture, Utilisation and Storage (CCUS). In deze fase tussen 2018 en 2025 staan maatregelen centraal waarmee de bestaande industrie haar uitstoot reduceert. Bovendien moeten pilots worden uitgevoerd voor de volgende twee stappen.
  2. Een nieuw energiesysteem. In deze fase (2020-2030) gaat het vooral om de verduurzaming van het energiegebruik door de industrie, door over te schakelen van met name aardgas op elektrificatie en waterstof.
  3. Vernieuwing van het grondstoffen- en brandstoffensysteem (2030-2050). In deze fase groeit het aandeel van groene elektriciteit en groene waterstof aangesloten op het industriecluster sterk. Het industriecluster ontwikkelt zich tot een internationale recycle-, biomassa- en waterstofhub.

Oreane Edelenbosch: ‘Haven kan voortrekkersrol vervullen bij energietransitie’

Onder leiding van Allard Castelein, CEO van het Havenbedrijf Rotterdam, presenteerde de werkgroep Industriecluster Rotterdam-Moerdijk drie concrete stappen over hoe de industrie in de regio aan de klimaatdoelstelling kan bijdragen. Oreane Edelenbosch promoveerde aan de Universiteit van Utrecht en werkte eerder bij het Planbureau voor de Leefomgeving. Op dit moment werkt ze in Italië aan de Polytechnic University of Milan. Ze doet onderzoek naar mondiale broeikasgasemissie-scenario’s, met name naar de rol van de energievraag. Hoe kijkt zij naar de gepresenteerde plannen?

Voegen de voorstellen van het industriecluster voldoende toe om brede klimaatdoelen te kunnen halen?
‘Ik zie dat er stappen worden gezet, maar weet ook dat het lastig is. De ambitie is belangrijk, de praktijk kan weerbarstig zijn. Kijkend naar de voorstellen van het industriecluster, zie ik een integrale aanpak. Sommige zaken, zoals het overstappen naar meer energie-efficiëntie, hergebruik van grondstoffen, investeren in de ontwikkeling van nieuwe technologieën en elektrificatie van bepaalde processen, zijn sneller te realiseren. Het is belangrijk om die stappen zo snel mogelijk te zetten. Andere stappen, zoals de productie van waterstof, kosten meer tijd en een gedegen voorbereiding. Die voorbereiding zal ook zo snel mogelijk op gang moeten komen. Ik constateer dat het industriecluster deze fasering in de plannen nastreeft.’

Welke rol spelen het Havenbedrijf Rotterdam en het haven- en industriecomplex in de energietransitie?
‘Ik vond het goed om te lezen dat het Havenbedrijf Rotterdam de energietransitie ziet als het begin van een nieuw tijdperk, met volop kansen. Door de diversiteit aan processen – met een energievraag en energieproductie - is het haven- en industriecomplex bij uitstek een geschikt gebied om in de energietransitie een voortrekkersrol te nemen. Juist die verschillende processen zo direct naast elkaar, bieden de ruimte om te experimenteren met hergebruik en ook met nieuwe technologieën. Dit levert een voorsprong op en daarmee een voordeel bij het aantrekken van bedrijven, bijvoorbeeld bedrijven die zelf ook een rol spelen in de energietransitie. De uitdaging is groot. Het Rotterdamse haven- en industriecomplex heeft als doel gesteld in 2050 emissies met 95% te reduceren ten opzichte van 1990. Voor Nederland zou dit een gigantisch verschil maken aangezien op dit moment 17% van de Nederlandse CO2-uitstoot uit het haven- en industriecomplex komt. Daarnaast zouden ook andere Nederlandse sectoren kunnen profiteren van technologische ontwikkelingen, zoals CO2-opvang of waterstofproductie, waar de haven op wil inzetten. Ook daarom is zo snel mogelijk stappen zetten belangrijk.’

Het perspectief

De energietransitie vraagt om radicale vernieuwing en nieuwe technologieën. Ontwikkeling en implementatie hiervan kost tijd. Intussen treffen we alvast voorbereidingen om de schadelijke gevolgen van de CO2-uitstoot op korte termijn zoveel mogelijk te beperken, zoals het Porthos-project voor CO2-gebruik in kassen en onderzeese opslag van CO2. Dit geeft industriesectoren de tijd om meer structurele wijzigingen in de bedrijfsprocessen door te voeren. Daarmee voorkomen we onnodige waardevermindering en behouden we een vitale haven met internationale concurrentiekracht. Bovendien is bijvoorbeeld de komende jaren nog geen groene waterstof beschikbaar, omdat er nog te weinig hernieuwbare elektriciteit beschikbaar is voor het maken van waterstof.

Kracht van het pakket van maatregelen voor 2030 is dat we verwachten dit nu technisch te kunnen realiseren. Daarvoor is veel werk nodig en moeten financiële mechanismes helpen om businesscases sluitend te krijgen. Daarnaast moeten we voldoende aandacht hebben voor de internationale concurrentiepositie van de industrie en de maatschappelijke acceptatie van de projecten.

Samenwerken en geboekte vooruitgang op belangrijke investeringen

Bij de aanpak van de energietransitie werken we nauw samen met bedrijven, kennisinstellingen en overheden die dezelfde ambitie tonen, de noodzaak begrijpen en samen het verschil willen maken.

Samenwerken doen we op dit gebied ook internationaal. Samen met zeven havenautoriteiten verenigde het Havenbedrijf Rotterdam zich in het World Ports Climate Action Programme. Het programma werd gelanceerd tijdens de Global Climate Action Summit in San Francisco en concentreert zich op vijf specifieke acties: verhogen van de efficiëntie van transportketens door benutting van data, bevorderen van een gemeenschappelijk en ambitieus beleid om de uitstoot in regionale vaargebieden terug te dringen, versnellen van de ontwikkeling van walstroom voor schepen en andere oplossingen waarbij geen uitstoot plaatsvindt, versnellen van de ontwikkeling van commercieel haalbare, duurzame koolstofarme scheepsbrandstoffen en infrastructuur voor de elektrificatie van de scheepvaart en versnellen van het CO2-neutraal maken van de overslagfaciliteiten in onze havens.

Ook intern is de samenwerking belangrijk. Veel collega’s zijn nu al betrokken bij ons programma Energietransitie. We werken vanuit zeven business development trajecten:

  • Economie met biomassa als grondstof
  • Grootschalige elektrificatie en waterstof
  • Alternatieve brandstoffen
  • Sustainable supplychains
  • Energie-infrastructuur
  • Hernieuwbare energie
  • Circulaire economie.

Sustainable supplychains voegden we eind 2018 toe aan ons programma Energietransitie. Dit onderdeel richt zich vooral op decarbonisatie van de logistieke ketens.

Via Opportunity Funnel Management zijn we beter in staat om de meest kansrijke projecten te identificeren en te versnellen. Om de slagingskans te vergroten, voerden we in 2018 een analyse uit op ons bestaande portfolio op basis van drie nieuwe bronnen: de eindrapportage van de Regiotafel Rotterdam-Moerdijk, het rapport Wuppertal 2 (decarbonisatie van transport en logistiek) en een blindevlekken-analyse. Met de uitkomsten gaan we in 2019 verder aan de slag.

In 2018 boekten we vooruitgang in het naar een definitieve investeringsbeslissing brengen van drie van de meest impactvolle initiatieven: CO2-opvang en -afvang (Porthos), warmtenetwerken en Waste-to-Chemicals. Het zijn projecten waarmee we laten zien dat we vaart willen maken met het halen van klimaatdoelstellingen.

‘In ons portfolio beschikken we nu over tientallen projecten om de energietransitie vorm te geven. Het gaat daarbij zonder uitzondering om coalities van bedrijven die zich gezamenlijk inzetten voor de opdracht om én klimaatverandering een halt toe te roepen én een vitale haven van wereldklasse te behouden.’

Allard Castelein, CEO Havenbedrijf Rotterdam

Porthos

Het Havenbedrijf Rotterdam, de Gasunie en EBN hebben samen de ambitie een basisinfrastructuur te realiseren voor het verzamelen en transporteren van CO2 in het Rotterdamse havengebied voor opslag in (lege) gasvelden in de Noordzee. Dit gebeurt binnen het project Porthos: Port of Rotterdam CO2 Transport Hub & Offshore Storage. Porthos ambieert een opslag van twee tot vijf miljoen ton CO2 per jaar. Daarmee sluit deze oplossing aan bij het regeerakkoord en het concept Klimaatakkoord, waarin afvang en opslag van CO2 als belangrijke maatregel staat om de klimaatdoelen te realiseren. Daarnaast leidt het opzetten van deze ringleiding en opslaginfrastructuur als een ‘collectieve voorziening’ tot belangrijke kostenvoordelen. We namen in 2017 samen met Gasunie en EBN het initiatief voor de verkenning van de haalbaarheid. Hieruit blijkt dat het project technisch haalbaar is. Uit studies van het Wuppertal Instituut en het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt ook dat CCUS kosteneffectief is in vergelijking met andere maatregelen die bijdragen aan het realiseren van de klimaatdoelen. In 2018 noteerden we diverse mijlpalen, waaronder het afronden van de haalbaarheidsstudie.

Waste-to-Chemicals

Samen met de bedrijven Nouryon, AirLiquide en Enerkem werken we aan de ontwikkeling van Waste-to-Chemicals (W2C). Deze fabriek produceert vanuit restafvalstromen synthesegas en vervolgens methanol. Dit W2C-project past in het streven naar een duurzaam chemisch industriecluster in Rotterdam. Het project kan een bijdrage leveren aan de ambitieuze doelstelling van Nederland om in 2050 niet meer afhankelijk te zijn van grondstoffen. Er zijn ook milieuvoordelen aan het project verbonden, zoals een afname van de CO2-uitstoot en minder zwaveloxiden en stikstofoxiden. De installatie kan 350.000 ton afval verwerken tot 210.000 ton 'groene' methanol. Dit is meer dan de totale jaarlijkse hoeveelheid afval van 700.000 huishoudens en vermindert de CO2-uitstoot met ongeveer 300.000 ton. Ook belangrijk was het verder inrichten van de projectorganisatie. We richten ons op een investeringsbeslissing in de loop van 2019.

Lees hier meer over het W2C-project.

Warmtenetwerken

Zuid-Holland biedt veel kansen voor een brede invoering van collectieve warmte. De aanwezigheid van industrie, maar ook relatief hoge bevolkingsdichtheid en de concentratie van glastuinbouw en kantoren vormen een sterke basis voor de ontwikkeling van warmtenetwerken, gevoed door restwarmte uit de haven en andere bronnen, zoals geothermie.

Partijen verenigd in de Warmtealliantie Zuid-Holland (provincie, Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie, Eneco, Warmtebedrijf Rotterdam en de gemeente Rotterdam) brachten in 2018 de markt verder in kaart, net als de technische en financiële onderbouwing voor een hoofdtransportnet.

Voor de tafeldiscussies op weg naar een nationaal Klimaatakkoord leverden we input en vanuit de diverse betrokken partijen voerden we overleg met gemeenten, woningbouwcorporaties en glastuinbouw om kansen en mogelijke knelpunten te inventariseren. De komst van een regionaal warmtenet in Zuid-Holland staat hoog op de agenda van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Het Havenbedrijf Rotterdam en Gasunie werken in een gezamenlijke organisatie aan de totstandkoming van een hoofdtransportnet. In 2018 stelde deze beoogde samenwerking een scope vast voor de toekomst. Voor de eerste fase van het hoofdtransportnet wordt gewerkt aan de realisatie van de Leiding door het Midden (LdM) vanuit Rotterdam naar Den Haag. Daarbij wordt een aftakking voorzien vanuit de LdM richting het Westland voor de glastuinbouw.

Eneco neemt het voortouw bij de Leiding door het Midden. De beoogde partners, het Havenbedrijf Rotterdam en de Gasunie, bespreken participatie in deze leiding. Zij richten zich op ontwikkeling van de aftakking richting het Westland. Daarbij wordt samengewerkt met partijen in het Westland die in 2018 het Warmte Systeem Westland aankondigden. Warmtebedrijf Rotterdam kondigde in 2018 aan de Leiding over Oost voor belevering van de Leidse regio ter hand te nemen.

We voerden het afgelopen jaar overleg over het aanwenden van een overheidsinstrumentarium om aanlooprisico’s voldoende af te dekken. In 2019 volgt besluitvorming over alle aangekondigde plannen voor leidingtracés. De Warmtealliantie Zuid-Holland werkt toe naar een betaalbare, betrouwbare, toekomstbestendige en duurzame warmtevoorziening.

In 2018 boekten we ook een mooi succes. In september ging in de Rotterdamse wijk Katendrecht het Pernis Restwarmte Initiatief van start. Met dit initiatief leveren Shell, het Havenbedrijf Rotterdam en Warmtebedrijf Rotterdam samen een bijdrage aan de versnelling van de Nederlandse energietransitie door 16.000 Rotterdamse huishoudens te verwarmen met restwarmte afkomstig van de raffinaderij in Pernis. Deze overgang van aardgas naar restwarmte levert jaarlijks een CO2-reductie op van 35.000 ton.

Dilemma: Ruimte voor groei voor 'fossiele' industrie

Het Havenbedrijf Rotterdam heeft als opdracht het haven- en industriecomplex te ontwikkelen in het belang van de Nederlandse samenleving. Dit betekent dat economische ontwikkeling en de groei van toegevoegde waarde en werkgelegenheid belangrijk zijn. Het Havenbedrijf Rotterdam probeert daartoe investeringen aan te trekken. Meer economische activiteit kan leiden tot een grotere CO2-uitstoot, terwijl wij tegelijkertijd ook de Nederlandse ambitie omarmen om in 2030 de CO2-uitstoot met 49% te verminderen ten opzichte van 1990.

Wat vinden stakeholders?
Iedere stakeholder kijkt door zijn of haar eigen bril. Bedrijven kijken vooral naar het vestigingsklimaat, ontwikkelingsmogelijkheden, groei en kansen. Natuur- en milieuorganisaties focussen doorgaans op zaken als luchtkwaliteit en CO2-reductie. De positie van politici loopt sterk uiteen, afhankelijk van hun politieke kleur. Bewoners denken ook zeer divers. De groep die een sterke focus op klimaatbeleid voorstaat, laat zich in het maatschappelijk debat flink horen.

Wat vindt het Havenbedrijf Rotterdam?
Wij willen de uitstoot van CO2 in lijn met de opgave van het Rijk terugdringen en ontwikkelen daartoe tal van activiteiten. Denk aan netwerken voor warmte en CO2-afvang en -opslag onder de zeebodem (CCUS), aanlanding van Wind op Zee, Waste-to-Chemicals en ontwikkeling van waterstof voor industriële processen met hoge temperaturen. Door hierin voorop te lopen, kunnen bedrijven in Rotterdam met een lagere CO2-footprint produceren dan elders. Het Havenbedrijf Rotterdam stuurt niet alleen op CO2-reductie, maar juicht ook investeringen in state-of-the-art raffinage en petrochemie in Rotterdam toe. Dat lijkt tegenstrijdig, maar is het niet, want het Havenbedrijf Rotterdam heeft de opdracht op lange termijn de economische waarde van het haven- en industriecomplex te waarborgen. Investeringen zijn de beste garantie dat bedrijven ook in de toekomst in Rotterdam actief willen zijn. Zodra de technieken geschikt zijn voor grootschalige toepassing en de businesscases sluitend, zullen bedrijven investeren in verduurzaming van hun productie. Met andere woorden: alleen een cluster waarin continu geïnvesteerd wordt, zal de komende 30 jaar slagen in de transitie naar een CO2-neutraal haven- en industriecomplex. De investeringen van dit moment, ook die in upgrading van de raffinage en petrochemie, geven dus vertrouwen dat we die transitie zullen maken.

Overigens is klimaatverandering bij uitstek een internationaal vraagstuk: het maakt voor de opwarming van de aarde niet uit waar een CO2-molecuul in de lucht komt. Het helpt dan ook niet om in Nederland fabrieken te sluiten en vervolgens de producten die die industrie maakt te importeren. Sterker nog: doordat de Rotterdamse industrie erg modern is, is de uitstoot per product hier relatief laag. En de industrie heeft hier binnenkort mogelijkheden om de uitstoot verder te verlagen, zoals met behulp van CCUS, warmtenetten, groene stroom en waterstof.

Meer projecten uit onze business development trajecten

De drie genoemde initiatieven zijn voorbeelden uit onze business development trajecten Energie Infrastructuur en Biobased Economy. Daarnaast zaten er in het vierde kwartaal van 2018 enkele tientallen initiatieven in de Opportunity Funnel. In omvang in de meeste gevallen kleiner, maar opgeteld zeker niet minder belangrijk bij het halen van de belangrijke klimaatdoelstellingen. We geven enkele voorbeelden uit de andere business development trajecten.

Alternatieve brandstoffen

De inzet van alternatieve brandstoffen betreft de zogenoemde ‘bridge fuels’ en een ‘fuel switch’. Bridge fuels, zoals LNG, zijn nu beschikbaar en leveren een bijdrage aan de decarbonisatie, maar hebben onvoldoende potentieel om einddoelen uit het Klimaatakkkoord te kunnen halen. Daar is meer voor nodig. Met ‘fuel switch’ zetten we een volgende en extra stap. Hierbij gaat het om gebruik van bijvoorbeeld bio-fuels, all-electric opties en synthetische brandstoffen. Wij stimuleren de schone scheepvaart met kortingen op het havengeld via de Environmental Ship Index en Green Award en promoten het gebruik van schone, klimaatvriendelijke scheepsbrandstoffen. Onze inspanningen richten zich ook op de commerciële ontwikkeling van schonere brandstoffen en het aanpassen van wet- en regelgeving die het veilige gebruik hiervan mogelijk maken.

Eigen Vloot
Vanaf februari 2018 loopt onze driejarige pilot ‘Eigen Vloot’. Gedurende deze periode vaart een gedeelte van onze vloot op 100% HVO, een biofuel gemaakt van afval- en reststromen. We delen de ervaringen en hopen dat andere nautische dienstverleners in de haven ons voorbeeld volgen.

Walstroom
Voor reductie van emissies en geluidsoverlast geldt in de haven van Rotterdam een generatorverbod voor binnenvaartschepen bij openbare ligplaatsen. In de haven zijn walstroomvoorzieningen beschikbaar voor de binnenvaart. Het gebruik van walstroom past in het beleid van stad en haven om economische ontwikkeling en leefbaarheid in de omgeving hand in hand te laten gaan. In juli 2018 ondertekenden Heerema (Marine Contractors en Fabrication Group), Eneco en het Havenbedrijf Rotterdam een overeenkomst voor het gezamenlijk uitvoeren van een haalbaarheidsstudie naar het aanbieden en gebruik van walstroom voor twee ligplaatsen voor schepen van Heerema in het Calandkanaal.

Gebruik van LNG
Het havengebied ontwikkelt zich gestaag tot een belangrijke LNG-hub. De overslag ervan groeide in 2018. Samen met Titan LNG richtten we een locatie op de City Terminal in om LNG aangedreven zeeschepen wekelijks te laten bunkeren, als aanvulling op het bunkeren met bunkerschepen.

Lees hier meer over LNG.

Circulaire economie

In het Rotterdamse haven- en industriecomplex werken we aan het weer waardevol maken van verschillende (rest)stromen, zoals kunststoffen, bouwafval, industrieel afval en scheepsafval. Met de productie van deze secundaire grondstoffen voegen we economische waarde toe en dragen we bij aan decarbonisatie en grondstoffenefficiëntie van industrie, scheepvaart en andere sectoren.

Pyrolysecluster
We willen uitgroeien tot een Noordwest-Europese kunststofhub. Alle schakels zijn aanwezig. Van plastic producenten, transporteurs, sorteerders en recyclers tot afnemers van producten. Pyrolyse biedt op dit moment de meest concrete marktkansen. In 2018 keken we met enkele bedrijven vooral naar mogelijke vestigingslocaties.

Verzadigde bleekaarde levert geld op
De bedrijven Cargill, IOI Loders Croklaan en Olenex zoeken een gespecialiseerde partner voor de bouw en exploitatie van een nieuwe extractie-installatie om met bleekaarde plantaardige olie te zuiveren. Deze samenwerking moet jaarlijks tonnen bruikbare olie opleveren. Die kan bijvoorbeeld worden toegepast als biobrandstof en de resterende bleekaarde in bouwmaterialen.

Elektrificatie

Elektrificatie op basis van hernieuwbare energieproductie moet een belangrijke bijdrage gaan leveren aan de klimaatdoelen. Hiervoor zijn systeem- en procesinnovaties nodig, net als voldoende hernieuwbare energie. In september 2018 ging ons elektrificatieprogramma van start.

H-Vision
Onder de naam H-Vision onderzoeken partners de haalbaarheid van grootschalige toepassing van blauwe waterstof voor industriële toepassing als vervanger van aardgas. In het samenwerkingsverband participeren Deltalinqs, TNO, Air Liquide, BP, Engie, Equinor, Gasunie, Gasterra, OCI Nitrogen, Shell, TAQA, Uniper, Koninklijke Vopak, Linde en het Havenbedrijf Rotterdam.

Waterstof Coalitie
Het Havenbedrijf Rotterdam is één van de leden van een nieuw gevormde Waterstof Coalitie. De coalitie maakt zich sterk voor de ontwikkeling van drie á vier gigawatt conversiecapaciteit voor groene waterstof in 2030. De productie gaat via grote elektrolysers van honderd megawatt of meer – een omvang die nu nog ongekend is. De elektrolysers komen aan de kust, waar groene stroom van de Noordzeewind aan land komt.

Opwekken hernieuwbare energie

De wereldwijde investeringen in het opwekken van hernieuwbare energie nemen toe. Dit biedt kansen voor Rotterdam. De productie geeft innovatie een impuls en brengt nieuwe economische activiteit en werkgelegenheid voor de haven met zich mee. Binnen de programmalijn Renewables onderzoeken we de mogelijkheden voor het opwekken van hernieuwbare elektriciteit binnen het haven- en industriecomplex en daarbuiten.

Wind op Zee
Het Havenbedrijf Rotterdam is samen met TenneT, Energienet en Gasunie partner in het North Sea Wind Power Hub consortium. We onderzoeken de haalbaarheid van grootschalige far offshore wind farms en de daarbij behorende infrastructuur. De infrastructuur moet de realisatie van in totaal 180 gigawatt windvermogen faciliteren. De haalbaarheidsfase loopt nog.

Lees hier meer over onze activiteiten op het gebied van de energietransitie.